Menu

Veiligheid in de SkiWelt Wilder Kaiser - Brixental

De alarmnummers in Oostenrijk

Alpiene noodoproep: 112
Reddingsbrigade in de bergen: 140
Ambulance: 144
Politie: 133
Brandweer: 122

De FIS Pisteregels

1. Rekening houden met anderen
Elke skiër (of snowboarder) moet zich zo gedragen dat hij een ander niet in gevaar brengt of schade berokkent.

2. Beheersing van snelheid en rijstijl
Elke skiër moet op zicht rijden. Hij moet zijn snelheid en zijn manier van rijden aanpassen aan zijn vaardigheid, aan de terrein-, sneeuw- en weersomstandigheden en aan de verkeersdichtheid.

3. Keuze van het rijspoor
De van achter komende skiër moet zijn rijspoor zo kiezen dat hij voor hem rijdende skiërs niet in gevaar brengt.

4. Inhalen
Inhalen mag van boven naar beneden, van rechts of links, maar altijd alleen met een afstand die voor de ingehaalde skiër voldoende ruimte voor al zijn bewegingen laat.

5. Invoegen en wegrijden
Elke skiër die zich weer op een piste wil begeven of na een stop verder wil skiën, moet zich ervan vergewissen dat hij dit kan doen zonder gevaar voor zichzelf of voor anderen boven of onder hem.

6. Stoppen
Elke skiër moet vermijden om zich zonder noodzaak op smalle of onoverzichtelijke plaatsen op de piste op te houden. Een gevallen skiër dient een dergelijke plek weer zo snel mogelijk vrij te maken.

7. Klimmen en lopen
Een skiër die klimt of te voet afdaalt, mag dit alleen aan de zijkant van de piste doen.

8. Letten op borden
Elke skiër dient de markering en de borden in acht te nemen.

9. Hulpverlening
Bij ongevallen is elke skiër verplicht hulp te verlenen.

10. Legitimatieplicht
Elke skiër, getuige of betrokkene, verantwoordelijk of niet, moet zich bij een ongeval kunnen legitimeren.

Naar de SkiWelt-pistes